Onderzoek door Matthias
Lefebvre & Peter Dejonckheere.
Het dialectenonderzoek werd uitgevoerd in samenwerking met studenten van
de bachelor opleiding kleuter- en lager onderwijs van VIVES Tielt en leerlingen
uit het middelbaar onderwijs.
Oriënteren
-
Onderzoeken
rond dialectenkennis en het dialectengebruik werden al reeds vroeger
uitgevoerd maar enkel maar in één gemeente met buurgemeenten en nooit in
een grotere regio.
Richten
- Dit
onderzoek wordt verder gebouwd op de aflevering 'School en kinderspelen
(2008) van het Woordenboek van de Vlaamse Dialecten'.
- De
centrale onderzoeksvraag luidt: 'Hoe zit het met de dialectenkennis en het
dialectgebruik in verschillende regio's in West- en Oost-Vlaanderen? Welke
rol spelen sociale variabelen hierin?'.
Plannen
- Het
dialectenonderzoek werd uitgevoerd door middel van een mondeling enquête.
Het voordeel hiervan is dat de interviewer meteen extra vragen kan stellen
of sturende vragen kan stellen aan de geïnterviewde.
- In het
totaal hebben er 626 scholieren uit negen middelbare scholen en 150
VIVES-studenten elk vier informanten anoniem geïnterviewd vier
leeftijdscategorieën.
- Mannen
en vrouwen van 15 tot 25 jaar;
- Mannen
en vrouwen van 26 tot 45 jaar;
- Mannen
en vrouwen van 46 tot 65 jaar;
- Mannen
en vrouwen ouder dan 65 jaar.
- Er
werden in het totaal 3104 enquêtes afgenomen.
Verzamelen
- In deze
studie kreeg elke interviewer een enquête mee met bijhorende afbeeldingen
van de op te vragen benamingen voor kinderspelen: verstoppertje,
kiskassen, schommelen, koprol, hinkelen, glijbaan, vlieger, bikkelen,
proppenschieter en katapult. De interviewers werden geïnformeerd over de
wetenschappelijke aanpak van deze soort interviews.
Analyseren en concluderen
- Hypothese
1: hoe ouder, hoe hoger de score op dialectgebruik en -kennis.
- De
leeftijd heeft een belangrijk effect op het dialectgebruik en -kennis.
Het zijn de ouderen de nog het best dialect spreken, jongeren gaan steeds minder dialect
gebruiken.
- Hypothese
2: mannen scoren op dialectgebruik en -kennis
beter dan vrouwen.
- Vrouwen
zullen makkelijker afstand nemen van dialectgebruik. Vrouwen hebben meer
zin voor verfijning dan mannen, mannen willen sneller klimmen op de
sociale ladder.
- Ook
door de opvoeding zullen vrouwen meer verfijnt spreken. Vrouwen zijn
meestal verantwoordelijk voor de opvoeding van de kinderen en willen
daardoor beschaafder spreken.
- Hypothese
3: hoe hoger opgeleid, hoe lager de score op
dialectgebruik en -kennis.
- Deze
hypothese klopt ook. Voor meer informatie kan je de grafieken raadplegen
in het artikel.
Rapporteren en presenteren
- Via
dit artikel en de blogs van de eerstejaars studenten bachelor
kleuteronderwijs VIVES Tielt wordt het onderzoek meer in de kijker gezet.