Pagina's

zondag 4 januari 2015

Dialectenonderzoek

Onderzoek door Matthias Lefebvre & Peter Dejonckheere.
Het dialectenonderzoek werd uitgevoerd in samenwerking met studenten van de bachelor opleiding kleuter- en lager onderwijs van VIVES Tielt en leerlingen uit het middelbaar onderwijs.

Oriënteren
  • Onderzoeken rond dialectenkennis en het dialectengebruik werden al reeds vroeger uitgevoerd maar enkel maar in één gemeente met buurgemeenten en nooit in een grotere regio.

Richten
  • Dit onderzoek wordt verder gebouwd op de aflevering 'School en kinderspelen (2008) van het Woordenboek van de Vlaamse Dialecten'.
  • De centrale onderzoeksvraag luidt: 'Hoe zit het met de dialectenkennis en het dialectgebruik in verschillende regio's in West- en Oost-Vlaanderen? Welke rol spelen sociale variabelen hierin?'.

Plannen
  • Het dialectenonderzoek werd uitgevoerd door middel van een mondeling enquête. Het voordeel hiervan is dat de interviewer meteen extra vragen kan stellen of sturende vragen kan stellen aan de geïnterviewde.
  • In het totaal hebben er 626 scholieren uit negen middelbare scholen en 150 VIVES-studenten elk vier informanten anoniem geïnterviewd vier leeftijdscategorieën.
    • Mannen en vrouwen van 15 tot 25 jaar;
    • Mannen en vrouwen van 26 tot 45 jaar;
    • Mannen en vrouwen van 46 tot 65 jaar;
    • Mannen en vrouwen ouder dan 65 jaar.
  • Er werden in het totaal 3104 enquêtes afgenomen.

Verzamelen
  • In deze studie kreeg elke interviewer een enquête mee met bijhorende afbeeldingen van de op te vragen benamingen voor kinderspelen: verstoppertje, kiskassen, schommelen, koprol, hinkelen, glijbaan, vlieger, bikkelen, proppenschieter en katapult. De interviewers werden geïnformeerd over de wetenschappelijke aanpak van deze soort interviews.

Analyseren en concluderen
  •  Hypothese 1: hoe ouder, hoe hoger de score op dialectgebruik en -kennis.
    • De leeftijd heeft een belangrijk effect op het dialectgebruik en -kennis. Het zijn de ouderen de nog het best dialect spreken,  jongeren gaan steeds minder dialect gebruiken.
  • Hypothese 2: mannen scoren op dialectgebruik en -kennis beter dan vrouwen.
    • Vrouwen zullen makkelijker afstand nemen van dialectgebruik. Vrouwen hebben meer zin voor verfijning dan mannen, mannen willen sneller klimmen op de sociale ladder.
    • Ook door de opvoeding zullen vrouwen meer verfijnt spreken. Vrouwen zijn meestal verantwoordelijk voor de opvoeding van de kinderen en willen daardoor beschaafder spreken.
  • Hypothese 3: hoe hoger opgeleid, hoe lager de score op dialectgebruik en -kennis.
    • Deze hypothese klopt ook. Voor meer informatie kan je de grafieken raadplegen in het artikel.

Rapporteren en presenteren
  •  Via dit artikel en de blogs van de eerstejaars studenten bachelor kleuteronderwijs VIVES Tielt wordt het onderzoek meer in de kijker gezet.

 

Onderzoek naar chattaal bij kinderen uit de derde graad van het basisonderwijs.

In oktober 2014 kreeg ik de opdracht om twee kinderen te zoeken uit de derde graad van het basisonderwijs. Men vroeg ons te onderzoeken welk taalgebruik ze aannamen tijdens het chatten. Eerst kregen we hier nog wat verdere informatie over tijdens de les 'Taalvaardigheid'. Wij, de leerlingen, werden gevraagd enkel te zorgen voor het chatmateriaal van twee kinderen, een jongen en een meisje, en de lectoren deden de rest.

Het vinden van twee kinderen uit de derde graad van het basisonderwijs was vrij moeilijk voor mij. Ik kende enkel maar een meisje uit mijn familie dat nog in deze graad zat én waarvan de ouders akkoord waren om deel te nemen aan dit onderzoek. Gelukkig vonden we, na wat zoeken, in onze kennissenkring toch nog een jongen waar de ouders ook akkoord waren om mee te werken aan dit onderzoek. Tijdens het onderzoek werden de namen van de kinderen niet gebruikt. Er werden codes gebruikt om aan te geven als het een meisje of een jongen betrof en of ze in West-Vlaanderen of Oost-Vlaanderen woonden . Ook werd de opleidingsgraad en gegevens van de ouders gevraagd.

De gegevens verzamelde ik telkens bij de persoon thuis omdat ze daar meer op hun gemak waren. Van elk kind moest ik 10 posts verzamelen. Bij het meisje werden de posts gehaald van een Ketnetprofiel. Bij de jongen werden de posts verzameld vanuit zijn Facebookprofiel.

Na het verzamelen van de gegevens werden deze tijdens de les 'Taalvaardigheid' geanalyseerd aan de hand van een schema. Vragen zoals : ‘Worden er veel woorden uit et dialect gebruikt?’,  ‘Gebruikt de persoon veel afkortingen?’,  of  Engelse woorden, verkleinwoordjes enzovoort , kwamen aan bod.

Ik vond dit wel leuk om te doen. Het was interessant om te zien welk taalgebruik de kinderen gebruiken als ze iets posten of als ze spraken met hun vrienden. Ik zie wel een groot verschil bij mezelf, vroeger schreef ik veelal in het Algemeen Nederland en niet in tussentaal, wat nu vooral gebruikt wordt.

Heleen